Hompage Universiteit Utrecht
 Home    Onderwerpen    Zoek op titel
Gaswinning en ondergrondse CO2 opslag

Weten waar het aardgas zit

Voordat uit een potentieel aardgasveld ook daadwerkelijk gas kan worden gewonnen, moet eerst intensief onderzoek worden gedaan. Met behulp van seismologie kunnen de diepere delen van de aarde in kaart worden gebracht. De zogenaamde seismische secties geven een doorsnede van de bodem weer, waarop verschillende lagen te onderscheiden zijn. Wanneer deze informatie gecombineerd wordt met de geologische informatie uit boringen, kan een goed beeld gevormd worden van de ondergrond. Aan de hand hiervan kunnen voorspellingen gedaan worden met betrekking tot de aanwezigheid van aardgas in de bodem. Dit gas zit in kleine ruimtes (poriën) tussen zand of kalkkorrels en staat onder druk. Als wordt overgegaan tot winning van deze fossiele brandstof, zal de druk in het reservoirgesteente afnemen. Daardoor worden de korrels meer op elkaar gedrukt, mogelijk met bodemdaling tot gevolg.
Dit effect van gaswinning heeft grote gevolgen voor onder andere bebouwing en infrastructuur van het bovenliggende land; de bodemdaling kan namelijk maar liefst 1 cm per jaar bedragen! Berekeningen van de NAM geven aan dat de maximale bodemdaling boven het Groningen gasveld in het jaar 2050 ongeveer 40 cm zal bedragen. Het is daarom van belang dat er gezocht wordt naar een effectieve oplossing voor dit probleem.

Een oplossing zou kunnen zijn om de CO2in gasvelden op te slaan, waarbij bovendien de CO2uitstoot in de atmosfeer wordt teruggedrongen. De NAM onderzoekt bijvoorbeeld de mogelijkheid om op een Nederlands gasveld een kleine energiecentrale te bouwen. Deze zou het gewonnen aardgas direct moeten verbranden, omzetten in elektriciteit en de CO2die vrijkomt, terugpompen in de grond. Hierdoor zou de druk in het reservoirgesteente toenemen, met beperking van bodemdaling tot gevolg.