Van molecuul naar medicijn
Tegenwoordig bestaat er een uitgebreid scala aan geneesmiddelen. Maar nog niet zo lang geleden waren er bijvoorbeeld nog geen penicillines. Allerlei infectieziekten, zoals longontsteking, vormden een grote bedreiging voor de volksgezondheid. Ook nu zijn er nog veel aandoeningen, waarvoor geen (geschikte) geneesmiddelen bestaan. Denk maar aan AIDS, kanker of tropische ziekten.
Er bestaat behoefte aan nieuwe of beter werkzame geneesmiddelen tegen allerlei ziekten. Hoe worden nieuwe geneesmiddelen gemaakt? Dat is geen eenvoudig proces. De eerste stap bestaat meestal uit het opsporen van een stof die min of meer de gewenste helende eigenschappen heeft. Zo'n stof wordt vaak een lead compound genoemd. Vervolgens moet je deze lead compound verbeteren. De tweede stap bestaat uit dierproeven. Je kijkt naar de gunstige en schadelijke eigenschappen van het middel. De stoffen die deze tests doorkomen test je bij de mens: eerst bij enkele vrijwilligers (fase I onderzoek) en vervolgens bij kleine groepen patiënten (fase II- en III onderzoek). Als alles naar wens verloopt, kun je het middel laten registreren. In Nederland beoordeelt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen of een middel werkt en of de ernst van de bijwerkingen acceptabel is. Binnen Europa is de EMEA de instantie die geneesmiddelen beoordeelt.
Verschillende onderzoekers werken samen bij in dit kostbare en tijdrovende proces. De schattingen lopen uiteen, maar je kunt er van uitgaan dat voordat een nieuw geneesmiddel ter beschikking komt, ongeveer 500 miljoen euro is uitgegeven en tien jaren zijn verstreken.