Zijn er getto’s in de Nederlandse steden?
Ruimtelijke segregatie is het verschijnsel dat groepen mensen niet gelijkmatig over de stad zijn verdeeld. Je kan groepen onderscheiden op basis van leeftijd (jong-oud), inkomen (rijk-arm), maar bij ruimtelijke segregatie gaat het meestal om verschillen tussen etnisch-culturele groepen. Allochtonen wonen vaak geconcentreerd in enkele wijken, terwijl in andere wijken bijna alleen maar autochtone Nederlanders wonen. Tussen allochtone groepen bestaan verschillen: in de meeste steden wonen bijvoorbeeld Surinamers en Antillianen meer verspreid over de stad dan Turken en Marokkanen.
In de kranten en op televisie is er veel aandacht voor de ruimtelijke concentratie van allochtonen. De reden hiervoor is dat men ruimtelijke concentratie vaak associëert met zaken als criminaliteit, langdurige werkloosheid en uitzichtloosheid. Vaak worden Nederlandse concentratiebuurten vergeleken met de Amerikaanse getto's, waar de problemen zo uit de hand zijn gelopen dat er geen weg terug lijkt.
De vergelijking met Amerikaanse getto's is niet helemaal juist. In de eerste plaats is de situatie in de Nederlandse concentratiebuurten lang niet zo slecht als in de Amerikaanse getto's, o.a. omdat er in Nederland veel minder mensen armoede lijden. In de tweede plaats wordt vaak over het hoofd gezien dat het bij elkaar wonen van allochtonen ook voordelen kan bieden. Zo is er binnen zo'n wijk vaak een sociaal netwerk waarin iedereen elkaar helpt, en waarin het makkelijker is om allochtone tradities na te leven. Bovendien is in veel concentratiebuurten een draagvlak voor voorzieningen ontstaan, die speciaal op de behoeften van een bepaalde allochtone groep zijn toegesneden (zoals gebedsruimtes, koffiehuizen of specifieke winkels).