Hompage Universiteit Utrecht
 Home    Onderwerpen    Zoek op titel
Dierproeven

Dierproeven; nodig of niet?

Al jarenlang voeren allerlei mensen en groeperingen actie tegen dierproeven. Inmiddels maken enkele fabrikanten van make-up bijvoorbeeld geen gebruik meer van dierproeven.

Het gebruik van proefdieren begint bij de Griekse natuurfilosofen Hippocrates en Aristoteles. Na de eerste wereldoorlog nam het gebruik van proefdieren sterk toe, omdat er meer geneesmiddelen werden ontwikkeld en het medisch biologisch onderzoek werd uitgebreid. Het belang van het dier stond daarbij niet voorop.

De laatste 25 jaar zijn de opvattingen over de waarde van het dier veranderd. Er is een 'Wet op de Dierproeven' gekomen, want dieren zijn beschermwaardig en onderzoekers moeten steeds afwegen of het belang van een dierproef wel opweegt tegen het dierenleed. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot het ontstaan van het vakgebied 'proefdierkunde'. Bij proefdierkunde staan de 3 V's van Vervanging, Vermindering en Verfijning van dierproeven centraal.

Onderzoekers proberen vervangende proeven te ontwikkelen waarbij geen levende dieren nodig zijn. Vermindering van het aantal dieren kan door onderzoeksgegevens uit te wisselen via databanken en Internet maar ook door een proef beter op te zetten. Met behulp van statistiek kan het benodigde aantal dieren vooraf goed berekend worden! Onder verfijning verstaan we het verminderen van pijn en ongemak voor het dier door goede huisvesting, voeding en verzorging en door het dier te verdoven bij pijnlijke ingrepen.