Een veelvoud aan verklaringen
Van oudsher stellen mensen vragen over zichzelf en de wereld om hen heen. Vragen als: ‘Waar komen we vandaan?’, ‘Hoe is de aarde ontstaan?’ of ‘Wat betekent het om mens te zijn?’ hebben ons, nieuwsgierig als we zijn, altijd bezig gehouden.
De antwoorden op deze vragen werden gezocht en gevonden in overgeleverde verhalen en wijsheden, die spraken over goden en goddelijke krachten die de aarde of zelfs het hele universum hadden gemaakt. Ook natuurlijke verschijnselen als bliksem, aardbevingen, rivieren, het verloop der seizoenen en de beweging van de hemellichamen werden beschouwd als veroorzaakt door bovennatuurlijke machten.
Ook de Griekse wereld beschikte over zulke mythologische verklaringen, waarvan de belangrijkste waren opgesteld door de beroemde dichters Homerus en Hesiodus, die rond 800 voor Christus schreven. Zo liet Hesiodus de aarde als volgt ontstaan: “In het eerste begin ontstond Chaos en vervolgens breedborstige Aarde (Gaia), de onwankelbare zetel van alle dingen en de schimmige onderwereld (Tartarus) diep in de breedpadige aarde, [...] Gaia bracht allereerst de besterde Hemel (Ouranos) voort, haar gelijke in grootte, opdat deze haar geheel en al zou bedekken, en opdat hij voor altijd een onwankelbare zetel zou zijn voor de onsterfelijke goden.” In de twee epische gedichten van Homerus spelen de Olympische goden (Zeus, Athene, Hera etc.) een beslissende rol in het leven van de gewone mensen en bepalen ze de uitkomst van belangrijke gebeurtenissen, zoals de oorlog om Helena tussen de Grieken en de Trojanen.