Hompage Universiteit Utrecht
 Home    Onderwerpen    Zoek op titel
Reggae, Rasta

De erfenis van Afrika

Jamaica is het land van de reggae. Bob Marley, Peter Tosh, Jimmy Cliff en anderen maakten er in de jaren zeventig een geheel nieuw genre van, dat een onmiskenbare invloed heeft gehad op de moderne popmuziek. Ook hun opvolgers, onder wie dancehall-idolen als Shabba Ranks, Shaggy en Chaka Demus & Pliers, hebben in de jaren negentig grote invloed op bijvoorbeeld rap en hiphop.

Maar reggae en haar moderne varianten zijn meer dan een invloedrijke muziekstijl met een exotisch imago. Achter de tegendraadse afterbeats en straffe baslijnen, de wapperende dreadlocks en rood-geel-groene mutsen, gaat een geloof schuil dat in de jaren dertig op Jamaica ontstond. De aanhangers van deze religie, de Rastafari's, geloven dat de vroegere keizer van Ethiopië, Haile Selassie I, de Levende God is en zijzelf de ware bijbelse Israëlieten. Als afstammelingen van Afrikaanse slaven die vanaf de zestiende eeuw naar de Jamaicaanse suikerplantages waren gevoerd, geloven zij dat Ethiopië het Beloofde Land is, waarnaar zij vroeg of laat zullen terugkeren. Het Westen is voor de Rasta's het moderne Babylon, gedoemd ten onder te gaan. Veel van de bekende reggae-musici waren of zijn gelovige Rasta's. Hun teksten gaan vaak over hun geloof, verlangen naar Afrika of afkeer van het Westen. De dreadlocks zijn voor de Rastafari's een belangrijk religieus symbool en de kleuren rood-geel-groen vertegenwoordigen de kleuren van de keizerlijke Ethiopische vlag.
Rasta is echter niet meer voor iedereen een geloof. Net als reggae, ragga en dancehall is het voor veel zwarte jongeren primair een uiting van trots op de Afrikaanse identiteit en cultuur in een door westerse normen en waarden overheerste wereld.