Zelfbouwwijken in Derde Wereldlanden: van krot naar gewone 'woning'
Steden in ontwikkelingslanden groeien snel. Die snelle groei gaat gepaard met allerlei problemen. Er is bijvoorbeeld een grote behoefte aan voorzieningen zoals scholen, ziekenhuizen, electriciteit en wegen. Ook is er een enorme vraag naar werk en goede maar goedkope huisvesting.
De overheden in de steden kunnen vaak niet alle problemen tegelijk aanpakken, meestal omdat het geld en een goede organisatie ontbreken. Daardoor moeten veel stadsbewoners in Derde Wereldlanden zichzelf helpen.
En dat doen ze ook, vooral wat betreft huisvesting. Ze bouwen hun eigen huizen, met de materialen die zij kunnen aanschaffen, op de plek die zij uitkiezen en in hun eigen tempo. Zo verrijzen aan de stadsranden van de steden allerlei 'nieuwbouwwijken' met woningen die er, naar Westerse maatstaven, nogal droevig uitzien. Wij noemen dat soort wijken ook wel 'krottenwijken'.
We kunnen ons niet goed voorstellen dat mensen in dergelijke huizen kunnen en willen wonen. De wijken die bewoners op deze manier zelf ontwikkelen worden ook wel 'zelfbouwwijken' genoemd. De bewoners doen er veel aan om hun huizen in de loop van de tijd te verbeteren. Ze vervangen bijvoorbeeld slechte bouwmaterialen door betere, of breiden het huis stap voor stap uit met meer kamers. De overheid kan de bewoners hierbij een handje helpen door voor voorzieningen te zorgen zoals waterleiding en riolering en openbaar vervoer.
Er zijn in de steden veel wijken die 10 jaar na de 'start' onherkenbaar zijn veranderd en verbeterd. Verreweg het grootste gedeelte van deze verbetering is te danken aan de bewoners zelf. Tegelijkertijd zijn er aan de (nieuwe) stadsrand weer nieuwe, primitief aandoende zelfbouwwijken verschenen.
Zo'n veertig jaar geleden kwam het nog wel voor dat de overheden in een stad de zelfbouwwijken lieten slopen met bulldozers. Langzamerhand heeft de overheid echter ontdekt dat dat niet de oplossing is voor het huisvestingsprobleem. Nu worden steeds vaker bouwterreinen ('sites') aangewezen waarop mensen mogen bouwen, en levert de overheid vanaf het begin een aantal voorzieningen ('services'). Via dit soort ‘site en service projecten’ probeert de overheid de bewoners zo goed mogelijk aan een voor hen betaalbare woon(omgeving) te helpen.