Mondje dicht
Jonge kinderen denken dat hun ouders dwars door hen heen kunnen kijken. Pas als ze een jaar of vijf zijn, ontdekken ze dat het mogelijk is om gedachten voor andere verborgen te houden. Die geboorte van het innerlijk is een aangename en tegelijk ook een schokkende ervaring. Het draagt bij aan de zelfstandigheid, maar creëert ook een afstand tussen kinderen en hun opvoeders.
Het bewaren van geheimen leer je niet van de ene op de andere dag. Als kinderen het bewaren van geheimen moeten leren om zelfstandig te kunnen worden en om een eigen identiteit te kunnen ontwikkelen, moeten ze daar van hun opvoeders wel de ruimte voor krijgen. Pedagogisch gezien ontstaat daardoor een spanning: ouders willen weten wat er in hun kinderen omgaat en tegelijkertijd moeten ze hun ruimte geven voor het creëren van een eigen wereld. Volledige openheid in je persoonlijke leven is een goed streven, maar iedereen heeft nu eenmaal geheimen. Ook in de moderne samenleving bestaat er een scheiding tussen het private en het publieke gebied. Vrijheid om te denken wat je zelf wilt is een van de fundamentele burgerrechten.
Het geheim is een van de meest fascinerende onderwerpen dat er bestaat. Mensen zijn nieuwsgierig; de (boulevard)pers leeft van de onthulling van geheimen. Maar ook in de literatuur verschijnt het geheim in allerlei gedaanten.