Hompage Universiteit Utrecht
 Home    Onderwerpen    Zoek op titel
AIDS en geneesmiddelen

In de jaren tachtig werd de wereld opgeschrikt door een nieuwe ziekte: AIDS. De ziekte wordt veroorzaakt door een virus, HIV genaamd. HIV kan via sexueel contact en via bloed worden overgedragen. Nadat je besmet raakt met het virus, word je seropositief. Het virus zorgt ervoor dat je afweersysteem steeds slechter gaat functioneren. Infecties steken de kop op. Zodra dat het geval is, heb je AIDS. Deze infecties en ziektes zijn de uiteindelijke oorzaak van het overlijden van een patiënt met AIDS.

In 1987 werd het eerste geneesmiddel tegen AIDS ontdekt: azidothymidine of AZT. Het leek een wondermiddel te zijn. Al snel bleek dat AZT de ziekte niet geneest maar wél remt. AZT is een zogenaamde 'reverse transcriptase remmer': het remt een enzym dat HIV nodig heeft om te overleven. Inmiddels zijn er vele andere geneesmiddelen met een vergelijkbaar remmingmechanisme. Jammer genoeg bleken deze geneesmiddelen slechts een tijdelijk effect te hebben, omdat het virus snel rrsitent wordt. Rond 1995 werden nieuwe medicijnen ontdekt met een andere werking, de proteaseremmers. Vooral combinaties van medicijnen bleken tamelijk succesvol. De mogelijkheden om AIDS patiënten te behandelen, zijn daardoor de laatste jaren drastisch verbeterd. Geneesmiddelenonderzoek heeft daarbij een hele belangrijke rol gespeeld. Maar AIDS is nog lang niet verslagen en de zoektocht naar nieuwe, nog betere geneesmiddelen gaat door.