Gekleurde praatjes
Tegen een oude mijnheer hoor je geen 'je' te zeggen, tegen je grote zus hoor je niet te zeggen dat ze naar bed moet en tegen Hare Majesteit de Koningin hoor je niet 'pláát Utrechts te proaten, woar?'
Woorden en uitdrukkingen hebben niet alleen een betekenis, maar ook gevoelswaarde. Mensen vinden ze soms netjes of grof, ouderwets of niet passend in de situatie waarin gesproken wordt. Je kunt kleurrijke of juist kleurloze woorden in je eigen voordeel gebruiken. Kleurloze, neutrale taal maakt het bijvoorbeeld mogelijk je duidelijk uit te drukken zonder de aandacht van de inhoud af te leiden. En wanneer je boos bent kun je meer 'kleurrijke' woorden gebruiken om je boosheid kracht bij te zetten.
Zo zijn in verschillende situaties en bij verschillende gezelschappen andere dingen gepast of juist ongepast: wanneer je verliefd of boos bent, in de supermarkt of het concertgebouw, of bij je oma of juist je beste vriend(in). De taalkunde bestudeert welke eigenschappen van taal 'kleur' aan een uiting geven. Je kunt zelf ook goed onderzoeken wat iets nou plat, deftig, vulgair of superbeschaafd, komisch of ernstig maakt.