Taal en identiteit
Collectieve Communicatie
Dove en slechthorende mensen communiceren vaak door middel van gebarentaal. Bij gesproken taal zijn de oren de ontvangers van wat de mond doet. Bij gebarentaal vangen de ogen op wat de handen en armen doen. De ene manier van communiceren noemen we 'akoestisch', omdat er geluid en geluidsgolven bij betrokken zijn, de tweede 'visueel', omdat het gezichtsvermogen er bij betrokken is. Maar in beide gevallen gaat het om taal.
Dat merk je snel genoeg wanneer je gebarentaal bestudeert. Ook gebarentalen hebben woorden, die zijn opgebouwd uit 'klanken'. Die woorden kunnen samen zinnen vormen, zinnen een verhaal, enzovoorts. Alle elementen van taal vind je terug. Doven en slechthorenden zijn door hun handicap genoodzaakt via gebarentaal te communiceren. Ook andere groepen mensen met gemeenschappelijke achtergronden hebben hun eigen taal, ook al zijn ze daartoe niet genoodzaakt. Denk maar aan de taal die artsen onder elkaar gebruiken of aan gesprekken tussen jongeren. Taal kenmerkt groepen mensen en geeft ze een eigen identiteit.