Kopzorgen over tuinpaden
Je hebt vast wel iets aan ontleden gedaan bij de lessen Nederlands op school. Zinnen analyseren in onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp en dergelijke: een beetje saai en niet eenvoudig. Toch zijn we de hele dag ongemerkt bezig met ontleden, bij het luisteren en lezen.
Meestal ben je je bewust van de betekenis van een zin, niet van zijn structuur. Maar soms gaat het mis. Om een zin goed te begrijpen moet je dan zijn grammaticale structuur doorzien. Dat gebeurt bij zogenaamde 'tuinpad'- of 'intuin'-zinnen: zinnen die op meer dan een manier ontleed kunnen worden, bijvoorbeeld: 'De burgemeester ging na het telefoongesprek met de officier van dienst naar bed'. In deze zin staat niet wat je in eerste instantie denkt dat er staat. Het verschil tussen de goede (bedoelde) en de foute (grappige) betekenis zit hem alleen maar in de ontleding: de manier waarop de woorden tot zinsdelen samengevoegd worden. Hieraan zie je dat ontleden een onmisbaar onderdeel is van het proces van taal begrijpen. Taalwetenschappers willen weten hoe de ontleedmachine in ons hoofd werkt. Wat voor informatie gebruikt hij? Welke beslissingen kan hij nemen, en op welke momenten doet hij dat? Wat gebeurt er als het ontleden iets raars oplevert?