Hompage Universiteit Utrecht
 Home    Onderwerpen    Zoek op titel
Uitspraakverschillen

Rollende r en zachte g

Hoe Nederlanders hun taal uitspreken, hangt sterk af van de streek waar ze vandaan komen en de sociale groep waartoe ze behoren, of waar ze graag toe willen behoren. Denk maar aan de 'harde' en de 'zachte' g. Noorderlingen spreken deze medeklinker achter in de mond, bij de keel, uit; hoe zuidelijker we komen, hoe meer naar voren de g wordt uitgesproken.

Ook de r kan voor of achter in de mond worden uitgesproken. Voor in de mond betekent in dit geval: met de punt van de tong tegen het gehemelte. Wat er achter in de mond gebeurt, we noemen het 'brauwen', is lastiger te beschrijven: sommige mensen maken een ratelende klank, anderen spreken de r uit als een soort 'harde g'. Dit heeft niets met je sociaal-economische positie te maken, maar wordt vooral bepaald door je geboorteplaats en leeftijd. Ook andere klanken kennen bepaalde nuances. Een belangrijk verschil tussen v en z aan de ene kant en f en s aan de andere kant is bijvoorbeeld dat bij het uitspreken van de v en z de stembanden trillen, terwijl ze dat bij de f en s niet doen. Probeer maar eens deze klanken lang aangehouden uit te spreken en je vinger tegen je keel te houden. je hoort dan ook het zoemen dat bij de v en de z hoort. De v en z noemen we 'stemhebbend', de f en s noemen we 'stemloos'. Dit verschil lijkt te verdwijnen. In de dialecten van o.a. Amsterdam en Friesland bestaat het helemaal niet. In een uitdrukking als 'de zon in de zee zien zakken' wordt daar iedere z als een s uitgesproken.