Een middeleeuwse uitvinding
Bij 'hoofse liefde' gaat het om een wederzijdse en eeuwigdurende liefde tussen man en vrouw. De vrouw wordt op een voetstuk geplaatst en vormt de inspiratiebron voor de man; uit liefde voor haar stijgt hij boven zichzelf uit, verricht hij dappere daden en wordt hij een beter mens.
De 'hoofse liefde' is een begrip uit de periode 1000-1200. In die periode waren er in Europa tal van nieuwe ontwikkelingen die de maatschappij op ingrijpende manier hebben veranderd. Er kwam meer voedsel op de markt, dankzij een verbetering in landbouwtechnieken, de bevolking groeide, de ruilhandel maakte plaats voor een geldeconomie, de adellijke hoven ontwikkelden zich tot bestuurlijke en culturele centra en er werden steden en universiteiten gesticht.
Op het gebied van de schriftelijke communicatie gebeurde ook iets nieuws. Het Latijn, de officiële schrijftaal van de geleerden, kreeg concurrentie van de volkstaal. Er werden prachtige liefdesgedichten en spannende ridderverhalen geschreven in het Frans, Duits, Italiaans, Engels en Nederlands. Men spreekt ook wel van 'hoofse literatuur', omdat de belangrijkste impulsen ervoor afkomstig waren van het hof.
Begrippen als 'hoofs', 'hof' en 'hoffelijkheid' hangen dus samen met een nieuwe, verfijnde levensstijl, waarmee de 'hoofse' lieden zich wilden onderscheiden van 'lompe boeren'. Een wezenlijk aspect van deze hoofse cultuur is een verfijnde opvatting over de liefde, de 'fine amor' oftewel 'hoofse liefde'.