Zoals het klokje thuis tikt
In het Engels wordt wel gezegd: "Home is where the heart is". Maar tegenwoordig lijkt het alsof het hart zich thuis voelt op elke mogelijke plek op aarde. Vanuit onze huiskamer kunnen we de héle wereld rond. Persberichten lezen van het Witte Huis, praten met een familielid in Australië, een kijkje nemen op een school in Israël, vergaderen met collega’s uit Canada, het kan allemaal met de telefoon, een videofoon of internet. We noemen deze toepassingen ook wel tele-applicaties.
De mogelijkheden van tele-applicaties lijken onbeperkt. We hoeven straks niet meer de deur uit om te werken, te leren of te winkelen. We kunnen vergaderen op afstand, hoeven niet meer te reizen en lossen zo en passant het file-probleem op. We kunnen onze eigen werkplek inrichten zoals we die het liefst hebben. We kunnen leren op de momenten dat ons dat het beste uitkomt. We hoeven niet meer te zeulen met enorme boodschappentassen. Het huis wordt een multifunctionele broedplaats van creativiteit, consumptie en productie. Of niet?
Want hoe ziet de praktijk eruit op dit moment? Geavanceerd gebruik van internet is slechts voor een beperkte groep weggelegd. Ouderen blijken veel problemen te hebben met het bedienen van de pc. Bovendien is de infrastructuur voor internet traag en gevoelig voor misbruik. Er kunnen via het werk minder makkelijk sociale contacten worden opgedaan. En het gezinsleven heeft zo zijn eigen regels en ritmes die zich weinig aantrekken van de thuiswerker of de thuisstuderende. Hebben tele-applicaties inderdaad de toekomst? Of is het alleen maar een dure hype?