Hompage Universiteit Utrecht
 Home    Onderwerpen    Zoek op titel
De Nederlandse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog
Leven en werken in de oorlogstijd

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog leefden er in Nederland een miljoen mensen meer dan voor de oorlog, en had de bevolking de beschikking over een industrie die groter was dan ooit tevoren. In de naoorlogse periode is de nadruk gelegd op honger en gebrek, op plunderingen en op de jodenvervolging en is minder aandacht besteed aan het economisch leven.

Toen Duitsland in 1940 Nederland binnenviel had ons land net een grote economische depressie met hoge werkloosheid achter de rug. Doordat de Duitsers de industrie gebruikte voor wapenproductie, steeg de werkgelegenheid. Ook leidde de grote Duitse vraag naar industrieproducten tot investeringen in de chemie en de metaalindustrie. Nieuwe fabrieken werden gebouwd, oude groeiden spectaculair. De bevolking werd ondertussen goed gevoed, als gevolg van een goed georganiseerde landbouw- en distributiepolitiek. De armste lagen van de bevolking (de werklozen vóór de oorlog) gingen er in dit opzichte zelfs op vooruit. Rijkere mensen kregen echter minder te eten en vooral minder lekker eten, want er was minder vlees, kaas, boter en eieren. Vanaf 1942 begonnen de Duitsers meer te eisen. Jonge mannen werden gedwongen om in Duitsland te werken en van de industriële productie verdween bijna alles. Nu ontstond ook gebrek aan kleding, schoeisel, zeep en brandstof, maar pas in september 1944 ontstond er in het nog bezette noordelijke deel van het land een tekort aan voedsel.