Hompage Universiteit Utrecht
 Home    Onderwerpen    Zoek op titel
Luminiscentie

Lichtrevolutie

Licht maken wordt steeds belangrijker. In de afgelopen 60 jaar heeft er een revolutie plaatsgevonden in het maken van licht. Er lijkt voorlopig geen einde te komen aan nieuwe ontdekkingen.

Sinds de oudheid proberen mensen licht te maken wanneer de zon het laat afweten. Lange tijd volstonden kampvuurtjes. Later kwamen er kaarsen, olielampen en gaslampen. Het principe hiervan was hetzelfde als van het kampvuur. Pas met de ontdekking van de gloeilamp in 1879 door Edison werd het mogelijk om licht uit elektriciteit te maken. Sindsdien is de ontwikkeling van betere lichtbronnen die meer en mooier licht uitzenden snel gegaan.

Een efficiëntere manier om licht te maken is mogelijk dankzij het verschijnsel luminescentie: een materiaal gaat licht uitzenden wanneer het bestraald wordt met hoogenergetische straling, bijvoorbeeld ultraviolette straling of snelle elektronen. Denk bijvoorbeeld aan de verlichting in een discotheek, waar een wit shirt blauw licht uitzendt onder zogenoemd 'blacklight'. De blacklight is een lamp die ultraviolette straling uitzendt. De ultraviolette straling kun je niet zien, maar het blauwe luminescentielicht wel.

In TL-buizen en kleurentelevisies wordt licht opgewekt met luminescerende materialen die fosforen worden genoemd. Er zijn fosforen die alle mogelijke kleuren van de regenboog kunnen uitzenden. Dit levert bijvoorbeeld een kleurenbeeld op in de televisie of variatie in de kleur van een TL-buis of spaarlamp (een kromgebogen dunne TL-buis). Misschien heb je recent de opkomst gevolgd van nieuwe type lichtbronnen, zoals platte beeldschermen, felblauwe autokoplampen en knipperende rode of groene lichtjes voor op de fiets. Misschien hebben binnenkort alle mobiele telefoons wel kleurendisplays en zenden de stoplichten feller licht uit!