Taalontwikkeling
Kinderspel?
Ruim voordat ze hun schoenen kunnen strikken, hebben kinderen het taalsysteem van hun moedertaal onder de knie, of ze nou in Nederland opgroeien, Nepal of Noord-Dakota. Het leren van een taal gebeurt heel onbewust en passief: een kind kan niet weigeren z'n moedertaal te verwerven, er is geen specifieke motivatie voor nodig, een kind krijgt er geen expliciet onderwijs in. Hoe kán dat nou?
Ieder Nederlands kind hoort dat de woorden niet en ergens worden samengesmolten tot nergens, zo ook niet en ooit tot nooit, niet en iemand tot niemand enzovoorts. Maar niemand vertelt hen dat dit niet werkt bij nalles, noveral en niedereen. Je zou verwachten dat ze deze verkeerde woorden gebruiken, maar dat doen ze niet. Misschien komt dat doordat ze die woordvormen nooit hebben gehoord. Maar taalleren is niet zomaar een kwestie van imiteren. Kinderen produceren namelijk wel degelijk woordvormen die ze niet eerder hebben gehoord. Bekende voorbeelden hiervan zijn roepte, hebt geloopt, koopte en gekrijgt. Kinderen laten hiermee juist zien dat ze consequent de regels toepassen voor de vorming van verleden en voltooide tijden. Als ze domweg zouden imiteren, krijg je deze vormen niet.
Er zijn wetenschappers die beweren dat taalverwerving bij ieder mens is aangeboren, zeg 'voorgeprogrammeerd' in de hersenen. Die aangeboren taalkennis is voor iedereen hetzelfde: ze bestaat uit díe eigenschappen die alle talen gemeenschappelijk hebben. Een kind voegt aan de aangeboren taalkennis specifieke kenmerken en woorden van de moedertaal toe. Dat is een hele klus. Vergelijk het maar eens met de taal van een land waar je op vakantie bent. Als buitenstaander weet je van zo'n taal geen chocola te maken. Maar een kind kan dat wel.