Salicylzuur
In vrijwel elke plant speelt het alarmsignaal salicylzuur een sleutelrol in de verdediging tegen microbiële ziekteverwekkers. Na infectie zorgt salicylzuur voor het aanschakelen van een grote groep afweergenen waarna er eiwitten worden geproduceerd die de groei en ontwikkeling van de belager sterk kunnen remmen. De plantenstof salicylzuur is vernoemd naar het Latijnse woord voor wilg: Salix. De bast van deze boombevat namelijk grote hoeveelheden salicylzuur. Salicylzuur is niet alleen belangrijk voor de verdediging van planten tegen ziekteverwekkers, het heeft ook een pijnstillende werking in mensen. Duizenden jaren geleden maakten de oude Grieken en Noord-Amerikaanse Indianenstammen al gebruik van een extract van de wilgenbast om allerlei pijnen te verzachten. In 1899 is op basis van salicylzuur ’s werelds meest verkochte pijnstiller ontwikkeld: aspirine.
Insecten zoals rupsen kunnen ook grote schade aanrichten. Deze vraatschade is echter totaal anders dan de schade die wordt veroorzaakt door micro-organismen. Planten hebben daarom alarmsignalen die specifiek afweer tegen insecten kunnen activeren. Het belangrijkste alarmsignaal wat werkt tegen insecten is jasmonzuur. Dit signaalmolecuul zorgt voor het aanschakelen van anti-insectgenen waardoor het insect sterft of zijn heil elders gaat zoeken. Uit het onderzoek blijkt dat de alarmsignalen salicylzuur (het plantenaspirientje) en jasmonzuur op moleculair niveau met elkaar communiceren via een regulerend schakeleiwit. Door deze moleculaire communicatie “weet” de plant na herkenning van zijn belager welk afweergeschut het in stelling moet brengen voor de meest effectieve verdediging. Een interessant aspect van deze moleculaire communicatie in plantencellen is dat het een sterke gelijkenis vertoont met de cellulaire processen die een rol spelen bij de ontstekingsremmende werking van aspirine in de mens. In feite maakt een plant met pijn dus zijn eigen aspirientje!