Hompage Universiteit Utrecht
 Home    Onderwerpen    Zoeken op profiel
De uitvoering van het Kyotoprotocol

Klimaatverandering is een mondiaal probleem. Om dit probleem aan te pakken zijn meer dan 150 staten en organisaties als de Europese Unie partij geworden bij het Kyotoprotocol dat op 16 februari 2005 in werking is getreden. Partij worden bij het Kyoto protocol betekent dat de landen nu verplicht zijn om daadwerkelijk actie te ondernemen. Nederland dient de uitstoot van broeikasgassen (met name kooldioxide CO2, maar ook methaan CH4 en lachgas N2O) in 2010 met 8% ten opzichte van 1990 teruggedrongen te hebben. Vooralsnog nemen de emissies echter alleen maar toe. Het blijkt nog niet mee te vallen om maatregelen door te voeren om de uitstoot van broeikasgassen daadwerkelijk te verminderen. Verlaging van de uitstoot van broeikasgassen is een zaak van lange adem, waarbij een zeer groot aantal partijen betrokken is. CO2 komt immers vrij bij alle verbrandingsprocessen op aarde. Dit betekent dat het klimaatbeleid zich moet richten op de industrie, de energiesector, verkeer en vervoer en afzonderlijke huishoudens. Een belangrijk deel van de methaan en lachgasemissies komt daarnaast uit de landbouw. Door de veelheid aan betrokkenen en opties is de aanpak van klimaatverandering een ingewikkeld proces.

Het aanpakken van het klimaatprobleem hoeft overigens niet alleen in Nederland plaats te vinden. Nederland mag een deel van de reductiedoelstelling ook realiseren door in het buitenland maatregelen te treffen.

Dit staat bekend onder de noemers Joint Implementation en Clean Development Mechanisme. Het aanplanten van bossen in Midden-Europa of in Oeganda is een voorbeeld van een maatregel die in dit kader is genomen. Deze bossen vangen CO2 uit de lucht, waardoor per saldo de totale emissies afnemen.