Emoties bij theater, film en televisie
Plezier aan verdriet
Wie pinkt er niet af en toe een traan weg bij een soapserie op televisie? Of barst in lachen uit bij een goede cabaretvoorstelling in een theater?
Per dag betalen veel mensen geld om bij elkaar te komen in donkere theater- of bioscoopzalen. Ook zitten miljoenen mensen aan de televisie gekluisterd om televisiedrama's en soapseries te zien. We kijken naar acteurs die doen alsof ze andere mensen zijn die conflicten en emoties beleven. We weten dat wat we zien niet echt is maar gespeeld. Toch kijken we soms met een brok in de keel naar de lotgevallen van deze niet bestaande mensen.
Wat is de zin en de functie van dit alles? Sinds de uitvinding van het theater in de 6de eeuw voor Christus in de westerse cultuur maken geleerden en opvoeders zich zorgen over de effecten ervan op toeschouwers. Aristoteles gaf in de 4de eeuw voor Christus richting aan de discussie met de introductie van het begrip 'katharsis'. Een veel voorkomende interpretatie van dit begrip is dat toeschouwers die tragedies zien en beleven, bevrijd worden van emoties zoals angst en medelijden.
De discussie over de mogelijke positieve en negatieve effecten van theater bleef eeuwenlang bestaan, maar kreeg nieuwe impulsen door de uitvinding van film en televisie. De zorg over de negatieve effecten komt bijvoorbeeld tot uiting in de veronderstelling dat het zien van geweld op film en televisie kan leiden tot gewelddadig gedrag bij de kijker.