Hompage Universiteit Utrecht
 Home    Onderwerpen    Zoeken op profiel
Alternatieven voor de gevangenisstraf
Aan de bak of in de bak?

Sinds het einde van de jaren zeventig wordt in Nederland geëxperimenteerd met alternatieven voor de gevangenisstraf en de geldboete. Dit heeft verschillende achtergronden. Allereerst begon men te twijfelen aan de positieve effecten van gevangenisstraffen. Daarnaast vormde het cellentekort aanleiding voor de introductie van andere straffen. Bovendien is straf in een gevangeniscel duur: ca. 200 euro per dag per persoon.

Inmiddels zijn de zogenaamde taakstraffen niet meer weg te denken in het strafrecht. Er zijn werkstraffen en leerstraffen. Een werkstraf duurt maximaal 240 uur en wordt bijvoorbeeld uitgevoerd in een ziekenhuis of buurthuis. Denk aan schoonmaakwerk of het opknappen van kleine karweitjes. Er bestaan ook groepsprojecten, waarbij 4 tot 10 personen onder leiding van een werkmeester werkt in bijvoorbeeld de groenvoorziening.

Een voorbeeld van een leerstraf is de cursus 'slachtoffer in beeld', die ca. 100 uur in beslag neemt. Door middel van videomateriaal en gesprekken worden daders geconfronteerd met de gevolgen van hun daad voor het slachtoffer. Er zijn ook langduriger leerstraffen, opgebouwd uit verschillende onderdelen.

Naast de taakstraffen zijn er alternatieven ontwikkeld voor de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf zelf: de zogenoemde penitentiaire programma's. Meestal gaat het hierbij om het laatste deel van een gevangenisstraf. Inhoudelijk zijn de programma's vergelijkbaar met taakstraffen. Vaak staan de deelnemers wel onder elektronisch toezicht. Met behulp van een elektronisch enkelbandje kunnen hun bewegingen worden gevolgd.