Een grenzeloos Europa
Na de Tweede Wereldoorlog besloot een aantal Europese landen om de Duitse industrie onder het gezag te stellen van een internationale organisatie. Ze wilden voorkomen dat Duitse kanonnen en tanks ooit nog verwoestingen teweeg zouden kunnen brengen. Daarom werd in 1951 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht (EGKS). Al snel volgde een nauwere Europese samenwerking op economisch vlak. Dat resulteerde in 1957 in de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Tegelijkertijd werd ook een Europese Gemeenschap voor Atoomenergie opgericht. Om deze organisaties goed te laten functioneren werd een aantal organen opgericht, zoals een Commissie, een Raad van Ministers, een Parlement en een Hof van Justitie.
Geleidelijk aan gingen de lidstaten ook meer samenwerken op het gebied van de buitenlandse en binnenlandse politiek, zoals het verlenen van visa. In 1992 besloten de Europese regeringsleiders om de drie Gemeenschappen plus een aantal andere onderwerpen onder te brengen in de Europese Unie. Inmiddels is de EU uitgegroeid tot een uitgebreide internationale organisatie die ver door dringt in ons dagelijks leven. Denk bijvoorbeeld aan de Franse, Duitse en Spaanse euro's die je straks in je portemonnee hebt. Daarnaast is iedereen nu niet alleen Nederlander of Fransman maar ook Europees Unieburger met bepaalde rechten, zoals het stemrecht voor het Europees Parlement.
De Europese Unie heeft inmiddels 15 lidstaten en 13 landen willen graag toetreden. Dit vereist aanpassingen. Denk aan de nieuwe talen waarin de Europese documenten straks moeten worden vertaald, en de verschillende organen die berekend zijn op 15 lidstaten, in plaats van 28 of meer! De landen die willen toetreden komen met name uit Midden- en Oost-Europa. Deze landen zijn in verschillende opzichten economisch en politiek minder ver gevorderd als de huidige lidstaten van de EU. Daarom zijn zogenaamde toetredingscriteria ontwikkeld waar zij aan moeten voldoen.