Robert-Jan Coelen en Paul Janssen
Op de universiteit - TLC en NMR
Hoe valt de zoetstof aspartaam uiteen in oplossingen van verschillende temperaturen en zuurgraden? Welke stoffen ontstaan er dan en zijn deze schadelijk? Dat onderzochten Robert-Jan en Paul in het lab van de faculteit Farmaceutische Wetenschappen.
Hiervoor gebruikten ze drie methodes: de Thin Layer Chromatography (TLC), een methode om een mengsel van twee of meerdere stoffen te scheiden, Massaspectrometrie en Nucleaire Magnetische Resonantie (NMR). Daarbij kregen ze hulp van hun begeleider Dirk-Jan van Zoelen. ‘Hij was erg geïnteresseerd in ons onderzoek, vertelt Robert-Jan. ‘Hij heeft zelfs zijn eigen onderzoek stilgelegd om ons te kunnen helpen.’
Het tweetal ontdekte dat aspartaam uiteenvalt in de twee aminozuren Phenylalanine en Asparaginezuur en de methylester van aspartaam. Deze twee aminozuren kunnen schadelijk zijn voor het menselijk lichaam als ze in een te hoge dosis worden ingenomen. Paul: ‘Uit ons onderzoek bleek echter dat aspartaam in kleine mate uiteenvalt in de genoemde stoffen, zodat het niet schadelijk is als je niet meer dan de dagelijks aanbevolen hoeveelheid inneemt.’