Exploitatie van prostitutie is in 2000 door de Tweede Kamer gelegaliseerd. Met de opheffing van het bordeelverbod wilde de wetgever de positie van de vrijwillige prostituee tegenover de exploitant te verbeteren. Vrijwillige prostituees kunnen nu als zelfstandige of in loondienst bij exploitanten werken. Uit onderzoek van de Wetenschapswinkel Rechten, van de Universiteit Utrecht, blijkt echter dat het nog steeds onduidelijk is wanneer een prostituee in loondienst is of als zelfstandige werkt. Als een prostituee in loondienst werkt, heeft zij de nodige rechtsbescherming, die loopt zij nu vaak mis.
Rechtspositie vrijwillige prostituees nog steeds zwak
Het uitgangspunt bij de opheffing van het bordeelverbod is de gedachte dat de prostitutiesector geen uitzonderingspositie heeft binnen het arbeidsrecht. Vijf jaar na de legalisering van deze branche is er toch nog onenigheid over de vraag wanneer een prostituee binnen een prostitutiebedrijf in loondienst is of als zelfstandige werkt. Bij arbeid in loondienst krijgt een prostituee de volledige bescherming die het arbeidsrecht werknemers toekent, zoals vakantiedagen en loondoorbetaling bij ziekte. Maar dit betekent ook dat de exploitant als werkgever bevoegd is om instructies te geven over de te verrichten arbeid. Hiermee kan het grondwettelijke recht op lichamelijke integriteit van de prostituee worden aangetast.
Duits model: Prostitutiewet
Mr. Menachem de Jonge, studentonderzoeker en schrijver van het rapport ‘Rood licht voor prostitutie in loondienst’, zou het Duitse voorbeeld willen volgen. In Duitsland heeft de wetgever een Prostitutiewet aangenomen. Deze wet roept een ‘tewerkstellingovereenkomst’ in het leven tussen prostituee en exploitant. De Jonge: “De prostituee heeft hierdoor recht op sociale bescherming bij ziekte, werkloosheid en kan aanspraak maken op pensioenrechten. De Duitse Prostitutiewet geeft de exploitant geen juridische instrument om de prostituee tot het verrichten van bepaalde prostitutiearbeid te bewegen.” De Jonge pleit dan ook voor de introductie van een arbeidsovereenkomst in Nederland met onder meer de volgende kernmerken: een gegarandeerde minimale arbeidsduur per week, een opzegtermijn in plaats van ontslagbescherming, het recht op werknemersverzekeringen en geen gezagsbevoegdheid van de werkgever over de uit te voeren arbeid.
Rapporten
Op woensdag 8 februari 2006 werden twee onderzoeksrapporten, ‘Rood licht voor prostitutie in loondienst?’ door M. de Jonge en ‘Mensenhandel, de strafrechtelijke grens van exploitatie van prostitutie’ door L. Otten, herzien door H. Peters, overhandigd aan drs. Khadija Arib, een Tweede-Kamerlid van de PvdA.
Vragen
- Wat is exploitatie precies?
- Kan een prostituee in Nederland in loondienst werken? Wat zijn hier volgens het onderzoek de voordelen van? En de problemen?
- Waarom pleit onderzoeker De Jonge voor het Duitse voorbeeld, de Prostitutiewet?