Hompage Universiteit Utrecht
 Home / Nieuws / Verschijnen en uitsterven zoogdiersoorten verklaard
Verschijnen en uitsterven zoogdiersoorten verklaard
14 november 2006

Zoogdiersoorten bestaan gemiddeld ongeveer 2,5 miljoen jaar, daarna sterven ze uit. Waarom dat gebeurde, was tot nu toe niet bekend. Onderzoekers hebben een serie van fossielen van knaagdierkiezen uit een lange periode, van 24,5 tot 2,5 miljoen jaar geleden in centraal Spanje gevonden. Paleontoloog Jan van Dam van de Universiteit Utrecht heeft daaruit ontdekt dat het verschijnen en uitsterven van de soorten vaak voorkomt in zogenaamde pulsen. Deze pulsen (pieken) zijn van elkaar gescheiden door intervallen rond de 2.4 en 1 miljoen jaar. Jan Van Dam publiceerde hier in oktober 2006 over in het belangrijke wetenschappelijke tijdschrift Nature.
 
In korte periodes nieuwe soorten
Er zijn af en toe korte periodes, waarin relatief veel nieuwe diersoorten verschijnen en andere soorten uitsterven, blijkt uit het Utrechtse onderzoek. Deze periodes liggen steeds 2.4 en 1 miljoen jaar uit elkaar. Het blijkt dat deze periodes en hun timing precies gelijk lopen met zogenaamde ‘astronomische variaties’, zoals de aardbaan om de zon (eccentriciteit) en scheefstand van de aardas (obliquiteit). Deze omlopen beïnvloeden het klimaat op aarde. Ze hebben namelijk invloed op de hoeveelheid zonne-energie per breedtegraad en per seizoen. Van Dam veronderstelt dan ook dat de pulsen klimaatgestuurd zijn.

Uit diepzeeboringen is al bekend dat deze intervallen van 1 en 2.4 miljoen jaar verantwoordelijk zijn voor periodes van wereldwijde afkoeling en/of ijsuitbreiding op het zuidpool- en noordpoolgebied. Dit komt doordat een lange tijd minder warme zomers op hogere breedtegraden voorkwamen, waardoor het ijs minder snel kon smelten.

Meer soortvorming
Uit de ‘ecologische structuur’ van de knaagdierfossielen blijkt dat het (zomer)klimaat tijdens de puls die samenhangt met de 1 miljoen jaar-cyclus in Spanje droger was dan normaal. Tijdens de puls die iedere 2.4 miljoen jaar te zien is, wordt het juist natter. De vorming van soorten zou kunnen worden versneld doordat er tijdelijk geen extreme verschillen in klimaat en seizoen waren. Hierdoor hadden populaties meer tijd zich tot volwaardige soorten te ontwikkelen.

Publicatie
'Long-period astronomical forcing of mammal turnover’ is van de volgende auteurs: Jan A. van Dam, Hayfaa Abdul Aziz, M. Ángeles Álvarez Sierra, Frederik J. Hilgen, Lars W. van den Hoek Ostende, Lucas J. Lourens, Pierre Mein, Albert J. van der Meulen & Pablo Pelaez-Campomanes en verschijnt op 12 oktober 2006 in Nature.

Vragen

  •  Waarom sterft een soort na zo’n 2,5 miljoen jaar uit?
  • Hoe kunnen fossielen worden gebruikt in onderzoek om meer te weten te komen over de dieren?
  • Wat zijn astronomische variaties en hoe hebben deze uiteindelijk invloed op het ontstaan en verdwijnen van soorten?