Te weinig water, water van slechte kwailiteit
Van nature hebben beken en rivieren een dynamisch karakter: ze meanderen (kronkelen), ze verleggen steeds hun loop en er kunnen sterke wisselingen in de waterstand plaatsvinden. Vanaf de 20ste eeuw heeft de mens beken en rivieren echter aan banden gelegd: hun loop werd bedijkt, bochten werden afgesneden en overstromingsvlakten werden ontgonnen zodat ze voor de landbouw konden worden gebruikt. Waar landen als Nederland echter regelmatig te maken hebben met een overschot aan water, worden veel Afrikaanse landen gekenmerkt door extreme droogte. Dit illustreert dat de problematiek van de waterhuishouding op aarde voornamelijk ligt in de ongelijke verdeling van water naar tijd en plaats. De ongelijke wereld-waterbalans heeft tot gevolg dat de zeldzame bronnen in de woestijnen van bijvoorbeeld Noord- Afrika en het Arabisch Schiereiland worden gevoed door een reservoir met fossiel grondwater. Dit werd gevuld gedurende een nattere periode, meer dan 10.000 jaar geleden. Grootschalige onttrekkingen zullen uiteindelijk echter leiden tot uitputting en verlaging van de grondwaterstand. Zolang het klimaat in deze woestijnen niet natter wordt is een oplossing voor de lange termijn dus nog niet geleverd.
Hoewel de chemische samenstelling van water H2O is, bestaat water meestal niet uit puur H2O. Buiten allerlei ‘goede’ ionen, kan water ook schadelijke stoffen bevatten. Deze verontreiniging kan grote gevolgen hebben: zo kan één liter benzine tien miljoen liter grondwater ondrinkbaar maken! In Bangladesh bevatten een groot aantal drinkwaterputten hoge gehaltes van het giftige arseen met rampzalige gevolgen voor de mensen die dit water drinken. Chemische analyse van water is daarom van levensbelang!