Neurobiologie
De neurobiologie onderzoekt de werking van het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel bestaat uit het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel. Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de grote hersenen, de kleine hersenen, de hersenstam en het ruggenmerg. Het perifere zenuwstelsel bestaat uit zenuwen. De zenuwen (ook neuronen genoemd) verbinden het centrale zenuwstelsel met alle delen van het lichaam.
Bij onderzoek aan het perifere zenuwstelsel wordt gekeken hoe zenuwcellen met elkaar communiceren. Een zenuwcel kan signalen ontvangen en doorgeven. Dit wordt neurotransmissie genoemd. Twee belangrijke eigenschappen van neurotransmissie die bestudeerd worden, zijn de actiepotentiaal en de neurotransmitters. Een actiepotentiaal bevat informatie die binnen een zenuwcel wordt doorgegeven. Neurotransmitters zijn stofjes die gebruikt worden om informatie tussen twee zenuwcellen door te geven.
Bij onderzoek aan het centrale zenuwstelsel wordt gekeken naar structuren en processen in de hersenen. Onderzoek richt zich op de functie van bepaalde hersengebieden en de processen die daarmee geassocieerd worden. De functie van de grote hersenen is enerzijds het verwerken van informatie uit de omgeving die binnenkomt via receptoren (sensorische hersengebieden) en anderzijds het aansturen van bewuste beweging (motorische hersengebieden).