Computers bouwen nog geen brug
Kunstmatige intelligentie houdt zich bezig met het ontwerpen van computersystemen die gedrag vertonen dat je bij mensen intelligent zou noemen. Daarbij kun je geïnteresseerd zijn in menselijke intelligentie of in intelligente systemen.
Denk voor het eerste geval bijvoorbeeld aan het gebruik van technieken uit de kunstmatige intelligentie om psychologische theorieën te toetsen. Je gebruikt de computer als hulpmiddel om meer te weten te komen over menselijke (denk)processen. Denk bijvoorbeeld aan een computerprogramma dat het stellen van een diagnose nabootst. Als dit programma dezelfde uitkomst bereikt als een menselijke diagnost, kun je stellen dat het denkproces goed was beschreven. Als je in intelligente systemen geïnteresseerd bent, zijn mensen het voorbeeld of de inspiratie, maar niet de maatstaf. Mensen zijn bijvoorbeeld goed in probleemoplossen en taal. Je kunt een model van dergelijke vaardigheden gebruiken om systemen intelligenter te maken. Alan Turing geloofde vijftig jaar geleden dat er aan het einde van de twintigste eeuw computers zouden zijn die zich met mensen kunnen meten. Dat is tot nu toe alleen op beperkte gebieden gelukt. Denk maar aan de schaakcomputers. Er zijn nog geen computers die houden van aardbeien met slagroom, een brug kunnen bouwen en een boek kunnen schrijven.
Technieken uit de kunstmatige intelligentie worden op het ogenblik vooral toegepast in expertsystemen: computersystemen die net zo goed zijn als menselijke experts. Zij kunnen bepaalde taken uitvoeren, zoals het herkennen van handschriften, het stellen van diagnoses, het oplossen van logische puzzels. De laatste tijd wordt ook op een alternatieve manier geprobeerd kunstmatige intelligentiesystemen te bouwen: met neurale netwerken. Die zijn geïnspireerd op de werking van de menselijke hersenen.