Artificial life
Van de bioscoopfilm '2001, A Space Odyssee', tot ‘R2D2’ en van ‘C3PO’ tot ‘Data’. Het zijn computers en robots die zogenaamd zelf kunnen denken en doen. Kunstmatige (of artificiële) intelligentie spreekt tot de verbeelding. Maar hoe ziet de realiteit eruit?
Expert- of kennissystemen kunnen adviseren over beslissingen. Neurale netwerken bekijken grote gegevensbestanden en halen er verborgen relaties uit. Vertaalcomputers vertalen teksten binnen een heel beperkt vakgebiedje (bijvoorbeeld weerberichten). Een robot kom je echter nog lang niet tegen op straat. De ontwikkeling van de robot zit nu op het niveau van de mier. Mieren staan in de praktijk vaak model voor robots. En hoewel deze beestjes nog relatief eenvoudig in elkaar zitten, blijkt het een hele klus om een robot te maken die op het niveau van een insect kan functioneren. Hoe moeilijk moet het dan wel niet zijn om een mens na te bouwen?!
Dat is precies waarom een onderwerp als artificial life in onderzoek naar (kunstmatige) intelligentie steeds belangrijker wordt. De mens zit zó ingewikkeld in elkaar, dat het volgens sommige onderzoekers verstandig is om klein te beginnen met het begrijpen van hoe een mier in elkaar zit, en langzamerhand de biologische ladder op te klimmen, tot aan de mens.