Hompage Universiteit Utrecht
 Home    Onderwerpen    Zoeken op opleiding
Genetische modificatie
Wetenschap laat muizen groeien

Een genetisch gemodificeerd organisme (GGO) of een transgeen organisme is een plant of dier waarvan het genetisch materiaal is veranderd. Nieuwe genen worden toegevoegd of bestaande uitgeschakeld. Onderzoekers doen dit onder andere om meer informatie te krijgen over het functioneren van mensen, dieren en planten. Op basis van die kennis kunnen bijvoorbeeld nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld worden of kunnen planten resistent gemaakt worden tegen ziekteverwekkers.

In laboratoria wordt genetische modificatie onder andere toegepast op muizen. Zij krijgen bijvoorbeeld een gen voor een groeihormoon toegediend en groeien zo veel groter dan normaal. Via deze methode kunnen onderzoekers de werking van groeihormonen onderzoeken. Verder heb je vast ook wel gehoord van de 'stier Herman'. Hij bezit een menselijk gen voor de productie van een menselijk eiwit.

Het kan ook zijn dat een bepaald gen uitgeschakeld wordt, zoals het gen voor een afweerstof. Op deze manier onderzoeken wetenschappers bijvoorbeeld hoe het HIV-virus werkt.

Naast voorstanders zijn er ook veel tegenstanders van genetische modificatie. Veel mensen vinden het ethisch niet verantwoord. Bovendien denken ze dat GGO-experimenten gevaarlijk zijn voor het milieu. Steeds meer proeven worden in het veld gedaan, waarbij de kans bestaat dat er GGO's ontsnappen. Deze ontsnapte GGO's zouden hun nieuwe eigenschappen kunnen overdragen aan wilde organismen, zodat het hele natuurlijke ecosysteem verandert.

Inmiddels zijn er op nationaal en internationaal niveau afspraken gemaakt: genetische modificatie mag alleen worden toegepast door wetenschappelijke instellingen en in ontwikkelingslaboratoria van ondernemingen. Toch is hiermee de ongerustheid van veel tegenstanders nog niet weggenomen.