Hompage Universiteit Utrecht
 Home    Onderwerpen    Zoeken op opleiding
Privatisering en de vrije markt

We gaan ervoor!

In Nederland rijden de treinen nauwelijks op tijd. In de Verenigde Staten rijzen de prijzen voor gas en elektriciteit de pan uit. Na een periode waarin uitbesteding, marktwerking en privatisering als dé beloftes voor de toekomst werden gezien, stellen sommigen hier nu vraagtekens bij.

Ook de markt werkt niet perfect. Zonder overheidsingrijpen kunnen er monopolies en kartels ontstaan, met een grote concentratie van macht. Denk aan de Italiaanse politicus Berlusconi die meerdere televisiestations bezit. De markt produceert sommige goederen niet spontaan: de zogenaamde collectieve goederen. Denk maar aan dijken of het leger. Wie zijn immers de afnemers van deze producten? Bovendien is de overheid nodig voor het reguleren van negatieve effecten van de markt. De vrije markt is doeltreffend in het stimuleren van een groot aanbod van goederen en diensten. Maar sommige fabrieken produceren daarnaast ook lawaai, stank en giftige stoffen. Via vergunningen en inspecties probeert de overheid dit te reguleren. De overheid probeert ook het gebruik van sommige goederen te stimuleren of juist te ontmoedigen. Via accijnzen wordt de prijs van sigaretten opgeschroefd, in de hoop dat mensen minder roken. De aanschaf van energiebesparende machines wordt daarentegen door middel van subsidies juist aangemoedigd. Zo is er een aantal redenen waarom de overheid ingrijpt in de markt of zelf bepaalde goederen produceert. Want hoe moet het verder met het onrendabele treinlijntje naar Roodeschool? Op een volledig vrije markt zou deze treinlijn niet bestaan. Is het verstandig geweest om na de productie nu ook de distributie van energie en andere nutsvoorzieningen in Nederland te privatiseren?